Waarom wij geen stoute kinderen hebben

Mijn Vlaamse vriendin denkt dat haar kind stout is en dat de mijne braaf zijn. Wellicht schep ik op social media een iets te rooskleurig beeld van ons gezinsleven, want ik heb schatten van kinderen, maar ze zijn echt niet altijd lief. Gelukkig ben ik zelf ook vaak genoeg niet om te pruimen 😉

We hadden het over Sinterklaas (dat vieren we in Nederland en in België allebei, maar zij had nog nooit van taaitaai gehoord) en over stoute kinderen. Ik moest heel hard lachen toen ik hoorde hoe zoet mijn kinderen er voor een buitenstaander uit zien. Ik hoop dan ook echt dat mijn vriendin eens een dagje bij mij op de bank komt zitten om te genieten van mijn 3 bijdehante, niet luisterende, op de bank springende, met elkaar ruziënde meiden. Want zo gaat het er in werkelijkheid natuurlijk wel aan toe. Het is vaak leuk, en soms ook niet. Zoals eigenlijk alles in het leven.

Wat me wel opviel tijdens ons gesprek was dat zij het vaak over ‘stout’ had. Dat woord hebben we hier jaren geleden afgeschaft, al denk ik dat ik toen Novi een peutertje was haar ook vaak stout heb genoemd. Achteraf bezien was onze oudste echt het zoetste kind allertijden, vooral vergeleken met haar jongere zusjes. Arme Novi, en ik maar streng zijn.

Voor mij lag de omslag in het boek Luisteren naar kinderen van Thomas Gordon. De grootste les die ik daar uit heb gehaald is: het probleem ligt niet in het gedrag van het kind maar in jouw perceptie van dat gedrag. Een kind doet gewoon zijn/haar ding, maar het is omdat wij overal wat van vinden dat er wrijving ontstaat. 

Zoet zitten staren naar de zonsondergang

Bijvoorbeeld mijn kind springt op de bank. Voor het kind is dat geen punt, die denkt waarschijnlijk ‘zo dat veert lekker, kijk mij eens gaan’. Enkel door mijn gedachten over dat gedrag besluit ik dat het kind stout is want het doet iets wat in mijn ogen niet mag (namelijk springen op de bank).
Maar als het me nou lukt om mijn verwachtingen over dat gedrag los te koppelen van het kind zelf, dan is het kind niet meer stout. Dan ben ik zelf degene die de regie heeft. Dan buig ik mijn gedachten om naar: hoe je je gedraagt is niet zoals ik dat wens te zien. Het is daarmee niet meer het probleem van het kind (kind=stout) maar mijn probleem (ik verwacht iets anders dan het kind doet).

Daarvoor zijn er veel trucjes en zinnetjes om jezelf aan te leren, waarvan ik sommige uit het boek nog steeds letterlijk gebruik. Vooral als Tula op Pepa zit te vitten en zegt dat ze irritant is. Dan kom ik met mijn duidelijke moeder stem voor de dag met: ‘nee Pepa IS niet irritant, jij VINDT haar irritant’. Daarmee haal je het knelpunt weg bij de beschuldigde, die anders als klein zusje nog gaat denken dat ze echt een vreselijk kind is omdat ze 2 grote zussen heeft die haar regelmatig irritant vinden. 

Om terug te komen op het bankspringen, wat hier ook regelmatig gebeurt, terwijl we een mega trampoline in de tuin hebben staan. Ik vind niks van het kind wat op mijn bank springt (behalve irritant 😉 maar wel wat van het gedrag. Daar kan ik mijn oordeel over geven door te zeggen: ‘Wij springen hier thuis niet op de bank (als het bij een ander wel mag, prima, niet mijn probleem), als je graag wilt springen kun je dat buiten op de trampoline doen.’ Inmiddels is het gewoon een huisregel en hoef ik enkel nog de verkorte versie te melden: springen doe je op de trampoline. 

Mijn drietal

Voor mij voelt dit persoonlijk heel relaxt, ik probeer mijn kinderen (vaak, lang niet altijd, het vergt oefening en training van je gedachten) los te zien van hun gedrag en hoef dus ook niet te blijven hangen in bozigheid of het gevoel dat mijn kinderen stouter zijn dan andere kinderen. Als ik een probleem heb met hun gedrag betekent dat dat we daar een oplossing voor kunnen verzinnen. Ik kan mijn verwachtingen bijstellen of we kunnen de regels aanscherpen of gezamenlijk een andere oplossing zoeken. 

Ik vind dit een prachtige manier van met mensen omgaan en problemen oplossen. Eerst naar je eigen verwachtingen kijken in plaats van over een ander te oordelen. Dat leer ik graag aan mijn kinderen.
En doen wij dat altijd perfect? Natuurlijk niet, het is een proces, ik train mezelf om op een bepaalde manier te reageren totdat het een gewoonte wordt. En dan nog steeds zijn er genoeg situaties waarin ik het niet zo netjes weet op te lossen. Maar het gevoel dat ik mijn kinderen niet stout hoef te vinden maar dat ik ze neutraal kinderen+gedrag kan vinden, vind ik veel gemakkelijker voor mezelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *